This website uses cookies. More information Do not show this message
Alles over de Bobtail of Old English Sheepdog
Share this page

Brwyn (Nederland)

Rosita Guerand

Als kind zijnde was ik altijd al gek op honden, helaas was mijn moeder bang van honden, dus die vlieger ging niet op, althans voor een lange poos. Want Rosita zou Rosita niet zijn als ze niet uiteindelijk toch haar zin kreeg.

 Regelmatig nam ik honden mee naar huis die ik op straat tegen kwam. Eenmaal is bijna mijn onderkin door een duitse herder afgebeten omdat ik mij als drie jarige peuter op deze hond liet neer vallen terwijl hij lag te slapen. Mijn moeder dacht nu is het wel over, helaas voor haar , ik werd steeds ouder en gekker op honden. Het laatste geval was dermate ernstig dat onze huisarts mijn moeder het volgende recept voorschreef “SCHAF ZELF EEN HOND AAN” en jawel er kwam een bastaardje in huis, gefokt door een andere huisarts. Helaas was de pret wéér slechts van korte duur want enkele jaren later verhuisde mijn “Darry” mee met mijn zus die in het huwelijk trad.

Toen ik jaren later zelf trouwde en een 40-urige werkweek had vond ik het onverantwoord een hond in huis te nemen. Wel had ik al besloten zodra het zou kunnen een bobtail in huis te nemen; ik had ondertussen enkele perzische katten, en die lange haren trok mij wel. Pas in 1982 toen wij een huis in de polder gekocht hadden en ik minder ging werken kon mijn wens in vervulling gebracht worden Niet direct want ik had mij al lang van tevoren laten informeren, en wist precies van welke fokker ik een pup ging aanschaffen, dat was Roelof Brandsma van de kennel Cahoot’s en die had op dat moment geen pups. Door de voorlichting die ik van Roelof gekregen heb was ik héél goed voorbereid, wat het betekende om een bobtail in huis te hebben. Ik gebruik zelfs nu nog methodes van hem om mensen die een pup willen kopen voor te lichten.

De eerste bobtail in huis

Uiteindelijk werd op 13 februari 1983 mijn eerste hond geboren. Ik had eerste keus uit een nest van 12, dus kiezen was niet eenvoudig. Uiteindelijk was er een reu die steeds opviel en mijn aandacht trok. Over de officiële stamboomnaam was nog niet gepraat. Toen het uiteindelijk zover was dat hij opgehaald kon worden kregen we een tas vol informatie, eten, een vies stukje deken en een prachtig fotoalbum mee. In dit fotoalbum stond de officiële stamboomnaam Cahoot’s Brwyn. Ik had wel al gezocht naar een roepnaam voor mijn nieuwe pup, maar was er nog steeds niet uit. Toen ik de officiële naam zag wist ik het direct, we zouden hem Brwyn noemen.

Er volgden meer honden…

De tweede hond die bij ons zijn intrede deed was Trademark’s Twice as Nice of Cahoot’s(Twiggy). Zij is 14 1/2 jaar geworden onze derde hond was Cahoot’s Drovers Lad (Duke). Bij deze hond die 4 jaar oud was toen hij bij ons kwam wonen merkten we al heel gauw dat er iets niet in orde was met zijn hart, en dit heeft er toe geleid dat ik mij heel erg ben gaan verdiepen in deze ziekte. Ik zal dan ook nooit met een hond fokken die niet preventief is onderzocht op deze hartziekte door een specialist middels een echocardiogram. Helaas zijn er op dit gebied nog maar weinig specialisten in ons land. Alleen een (electro-) cardiogram brengt deze ziekte niet in beeld.

Reeuwijk’s Princess Beauty

Nadat duke op 6 jarige is overleden kwam Reeuwijk’s Princess Beauty (Bronny), een teefje uit het laatste reeuwijk nest. Zij is op dierendag 2002 overleden . Bronny hadden we in huis genomen omdat Brwyn zijn speelkameraad Duke was kwijtgeraakt. Nadat Brwyn was overleden hebben we Cathy’s Clown My Flair Lady in huis genomen. Met dit hondje heb ik mijn eerste zelfstandige shows gelopen. Twiggy werd steeds ouder en ik begon al na te denken over een eventuele volgende pup. Doordat ik een onderzoekje had gestart naar de ernst van de hartafwijkingen binnen ons ras – en steeds geconfronteerd werd met fokkers die indien ik gegevens van een hond door hun gefokt binnen kreeg hun kop steeds dieper in het zand staken – was het voor mij heel moeilijk om een keuze te maken bij welke fokker ik een pup zou aanschaffen.

Who wants to live forever?

Er was maar een oplossing. Zelf een nest fokken met mijn teefje Bronny. Toen moest er een kennelnaam verzonnen worden, daar moest ik niet lang over nadenken. Op het aanvraagformulier stond bij keuze 1, 2 en 3 dezelfde naam Brwyn’s, genoemd naar mijn eerste bobtail. Gelukkig kwam die nog niet voor. Ik wist op dat moment ook al de naam voor de eerste pup die geboren zou worden. Brwyn’s Who Wants to Live Forever en die zou ik op mijn eigen naam laten staan, maar uitzetten op een goed adres.

Ik wilde voor Bronny een reu van een fokker die ik in ieder geval kon vertrouwen. De reu moest een goed karakter, goede heupen, goede ogen hebben, en bovendien onderzocht zijn op erfelijke hartafwijkingen. Schoonheid was voor mij in dat stadium minder belangrijk, alhoewel ze beiden wel de 3 u’tjes op shows hadden behaald. De keuze viel op Shawlea Jester, een hond die mij op een show opviel, maar eenmaal in zijn eigen omgeving ontmoet mijn hart deed smelten. Helaas heeft de natuur anders beslist en is er uit deze combinatie nooit een pup geboren.

Na de laatste dekking had Cathy Zijlstra (de eigenaar van Jester) een nestje pupjes liggen uit de combinatie Shawlea The Devil’s Disciple en Cathy’s Clown Criminal Beauty. Tenslotte heb ik uit dit nestje onze Fryske gekozen, Cathy’s Clown Heaven On Earth, een hond met de gekste streken maar waar nooit iemand boos op kon worden. Mijn eerste nestje is geboren uit de combinatie Kadootje is Kehr Fully Maid (Bibi) en Saphir is Kehr Fully Maid (Max). Het werd een nestje van 1 teefje: Brwyn’s Who Wants to Live Forever (Macy).

Macy, Fryske en Flair staan aan de basis voor de huidige Brwyn honden.

Gezondheid

Wat gezondheid betreft zou ik willen dat het fokbeleid van de OESCN veel strenger was. Behalve ogen, en heupen zou ik hier ook gaarne andere erfelijke afwijkingen en karakter in vermeld zien. Zelf laat ik mijn dieren waar ik mee fok op alle mogelijke afwijkingen controleren, dit kost mij inderdaad kapitalen maar geeft mij toch een goed gevoel richting puppykoper. Ik kan ze allen recht in de ogen kijken omdat ik er alles aan gedaan heb om niet met honden de fokken die op dat moment een of andere erfelijke afwijking onder de leden hebben.

Karakter

Omdat mijn eerste bobtail toch wel enigszins een probleem karakter kreeg op oudere leeftijd ben ik heel alert op de karakters van ouderdieren. Tijdens de Winner in A’dam van enkele jaren terug ben ik heel erg geschrokken van de karakters van enkele honden van ons ras, en moest ik steeds denken aan die ene show waar de Rottweilers tegenover ons in de benches zaten. Dit beeld zal ik mijn leven lang niet vergeten. In de bench tegenover mij zat een pracht van een Rottweiler reu, hij was de kampioen der kampioenen en iedereen kwam hem bewonderen. Oh wat was hij mooi, en dat was hij. Maar zijn karakter daar hoorde je niemand over. Hoe hij zich gedroeg heb ik gezien! Tussen twee uit de kluiten gewassen mannen en lopend op zijn achterpoten moest hij mee naar de ring, want hij was wel de kampioen der kampioenen maar tevens LEVENSGEVAARLIJK voor vreemde mensen. Ik hoop dat het bij ons ras nooit zo ver komt, maar indien mensen alleen maar op schoonheid blijven letten zou het ook wel eens die kant uit kunnen gaan.

Schoonheid

Welke honden ik het mooist vind is een heel erg moeilijke vraag, want als ik kijk naar schoonheid telt voor mij ook karakter, erfelijke belasting e.d. mee. Toch denk ik een reu en teef te kunnen vermelden die in mijn ogen alhoewel totaal verschillend van type kan noemen. Zelf hoop ik ooit een mengeling van deze types te krijgen. Voor de reu is dit voor mij: Souvenir is Kehrfully Maid en voor de teven is dit Cathy’s Clown Criminal Beauty.

Neem contact op met Rosita Guerand

Brwyn

brwyn@oes.nl +31 (0)11 436 1553 Website
Adres van Brwyn

Matthijsstraat 30
4576 CP Koewacht

Nederland